De kapel

Het kapelletje is gebouwd vóór 1846. Op de schildering in de kapel staat A. Herfs pinxit 1846. Achter de kapel staat een lindeboom. Deze boom stond er in die tijd ook al. In een nis van deze boom hadden de mensen een Mariabeeldje gezet.

Het verhaal gaat dat dit beeld (uit het jaar 1566) eigendom was van de paters van de abdij in Hocht (België). Deze paters zijn tijdens de Franse Revolutie verdreven en het beeld werd bij Luik in de Maas geworpen en teruggevonden onder de oude Maasbrug in Maastricht. Het werd eerst vereerd in een boom te Limmel en daarna gegeven aan de koster van Itteren: Dionysius Gulikers. Het werd 45 jaar lang in een kist bewaard. Dionysius kreeg een zenuwziekte maar toen hij het beeld in zijn armen nam, werd hij ogenblikkelijk rustig en genas.

Onder pastoor Demal werd de kapel gebouwd en Dionysius schonk het beeld aan de kapel en bad er iedere avond de rozenkrans. Het geld voor het maken van deze stenen kapel werd waarschijnlijk door de familie Grouwels bij elkaar gehaald. Het altaar werd gehaald uit de kerk van Itteren en de smeedijzeren ronde raampjes in de deuren zijn gemaakt door Sjo Bastings. 

In 1860 werd de kapel geschonken aan Francisca Smeets (tant Ciska). Zij was de zuster van voormalig burgemeester Smeets. In 1926 kwam het in handen van Maria Smeets met 2 roeden (2 maal 414 are) land. De opbrengst van het land moest gebruikt worden voor het onderhoud en de versiering van de kapel. 

Tijdens een inbraak werd een zilveren kruisbeeld gestolen. Hierna werd het Madonnabeeld uit de kapel gehaald en tijdelijk bij de familie Smeets gezet. Na de annexatie van Itteren bij Maastricht in 1970 werd de gemeente Maastricht eigenaar van het kapelletje.

Op 20 oktober 1979 is Leo Smeets, de toenmalige beheerder, overleden. Maar waar was het beeld? 

Omdat de familie Smeets alleen maar Belgische nazaten had, werd de (Belgische) Officier van Justitie ingeschakeld en kwam het beeld terug. Omdat het beeld tot de kapel behoorde, was de gemeente Maastricht van mening dat het beeld veilig naar "de grote stad" oftewel de Sint Servaasbasiliek moest. Mede dankzij de inzet van Stichting Kruisen en Kapellen werd het beeld bewaard voor Itteren. 

Op 15 augustus, Maria Hemelvaart 1982, bracht toenmalig wethouder Jan Hoen, het beeld terug. Het Mariabeeld heeft nu een prominente plek in de kerk van Itteren. 

De kapel is in 1998 gerestaureerd. Er is toen maanden aan gewerkt. Achterstallig onderhoud en twee hoogwaters hadden bijna onherstelbare schade aangericht. Het altaar is gerestaureerd in een atelier in Roggel en Louis Grouwels heeft o.a. de beelden opgeknapt. In 1999 gooiden vandalen een brandbom in het kapelletje waardoor weer een renovatie nodig was. Hierbij is de authentieke muurschildering van A. Herfs van 1846 overschilderd.

Het kapelletje werd diverse malen aangegaan om een bedevaart te houden: in tijd van nood voor ernstig zieke mensen of een behouden terugkomst voor de Itterse jongens vanuit Indië, maar ook de (jaarlijkse) Sacramentsprocessie.