Grenspalen

Na de val van Napoleon in 1815 werden Belgiё en Nederland samengevoegd tot het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden onder leiding van de Hollandse koning Willem l. Deze regeerde als een verlicht despoot wat vooral in het zuiden een toenemende weerstand opriep.  In augustus  1830 had het zuiden  genoeg van “de arrogante Hollanders” en kwam in opstand waarbij ook Nederlands Limburg  met uitzondering van Maastricht bezet werd. De Belgen riepen op 4 oktober  de onafhankelijk uit die vrijwel onmiddellijk door de grote mogendheden werd erkend.  Bij de Vrede van Londen in 1839 werd bepaald dat Limburg in een Nederlandse en een Belgische helft werd opgedeeld waarbij de Maas, behalve bij Maastricht, de grens vormde. Nederlands Limburg kreeg daarbij een dubbele status; het werd zowel een Nederlandse provincie als onderdeel van het Hertogdom Luxemburg. Pas in 1867 werd Limburg een volwaardig deel van Nederland.

Op 8 augustus 1843 werd tijdens de conventie van Maastricht bepaald hoe de grenzen precies moesten gaan lopen. De grens tussen Eijsden en Maaseik werd bepaald door de diepste punten van de Maas, de Thalweg, met elkaar te verbinden. De Maas vormde aldus de grens tussen Nederland en België vandaar de naam Grensmaas.

Ook werd besloten 388 gietijzeren en 356 hardstenen grenspalen te plaatsen. 

Er werd een uitgebreid bestek gemaakt waarin precies omschreven werd hoe de palen er uit moesten zien. De gietijzeren palen rusten op een achthoekig fundament en zijn versierd met wapens van beide koninkrijken en het jaartal 1843.

Via aankondigingen (op de leestafel is een afbeelding van een dergelijke affiche te zien) werden belangstellenden opgeroepen om in Maastricht in te schrijven voor het leveren en plaatsen van de grenspalen.

Bij het Drielandenpunt te Vaals staat paal nummer 1 en aan de Noordzee ten noorden van Retranchemont in Zeeuws-Vlaanderen heeft men paal nummer 388 geplaatst. Op de tussenliggende punten plaatste men stenen paaltjes waarvan geen voorbeelden meer over zijn.

Op 14 december 1849 verscheen in het 61e staatsblad een reglement voor het onderhoud en instandhouding van de grenspalen. Dit op 28 juni 1847 te Antwerpen ontworpen reglement bevat elf artikelen. In het eerste artikel wordt bepaald dat de gemeentebesturen hun rijksgrensvlak in de lente van ieder jaar zullen inspecteren en daarvan een proces-verbaal moeten opmaken. Een regel die thans nog steeds van kracht is. In vrijwel alle gemeenten vindt men dossiers met processen-verbaal, brieven en rekeningen over het herstellen van de gietijzeren palen.