Naar aanleiding van de Dialectmiddag van afgelopen zondagmiddag 23 november kwam het idee (weer) naar boven om een Itters Leesplènkske te maken. Maar daarvoor hebben we uw hulp nodig. Laat ons weten welke echte Itterse woorden in een Itters Leesplènkske moeten komen. Voor de mensen die de beste, bruikbaarste en meeste woorden aan kunnen geven verloten we twee woordenboeken van de Limburgse dialecten die we van professor Van Hout mochten ontvangen.
Afgelopen zondag hadden Robert Slangen en de Dorpsraad deze Dialectmiddag georganiseerd waar meer dan 60 mensen aanwezig waren. Professor Roeland van Hout, taalwetenschapper en projectleider van ‘t Woordenbook van de Limburgse dialecten hield een lezing houden over de diverse dialecten. We hoorden dat het Limburgs erkend is als streektaal, en dat we samen het dialect maken. De Panninger Linie verdeelt Limburg waardoor aan de ene kant de sj-klank vaker voorkomt en aan de andere kant minder. Er is veel info te verkrijgen van https://e-WLD.nl een ‘digitaal dialecten woordenboek’. SwiftKey is een Limburgse spellingsapp die spellingssuggesties en -correcties biedt voor het Limburgs dialect. Deze app kan op het toetsenbord van je smartphone worden geïnstalleerd. Al met al heel interessant.
Maar voor nu willen wij u vragen om echte Itterse woorden door te geven, zodat we misschien wel een Itters Leesplankje kunnen maken. Helpt u mee?



9 reacties
‘Berveres’ lopen – blootvoets
Uit is enne Krammus – het is een kramsvogel.
Ze zuut clook oet – ze is sjiek gekleed etc.
Her lup berveres – hij loopt blootvoets.
‘Fidel’ spek afsnijden – stuk spek afsnijden van een sjink.
Doa hub Ich mert aon – dat interesseert me niet etc.
-her is op ut huiske- hij zit op het toilet.
-wie schrijf geer uch – hoe is uw naam.
-her het unne flambaer- hij heeft een Flobert geweer.
– amasjuur – moed/wilskracht.
-Un Berb – een Barbeel (vissoort)
Daanke Maurice,
Veer goon demet aan de sjlaag.
-Moosem – moestuin.
-Sjtikker – stootijzer in de bouw of mijnen.
-Hoofreek – tuinhark (ijzer).
-Op d’n din – dorsvloer
-Op d’n euverdin – hooizolder.
-Un vis – bunzing en het vel hetgeen men vroeger droeg op een sjieke mantel van ‘n vrouw.
-Un Kommel – Sneep, vissoort.
-Un Lauw – Zeelt vissoort en de dokter onder de vissen.
-Enne Neugeneuer – rivierprik en vissoort die vroeger in Maas voort kwam.
-Ut gertsche touw maken – hekje in tuin of op erf.
-In de louver zitten -schaduw zitten.
-Scheijke van het breerke – kantschuif ophef hekje.
-In de moulche – in de oven als brood werd gebakken en ging rijzen.
-Unne wilver – slot (houten spindel) op bijv. konijnenhok of sluiting bij blinden.
-Augschbrauw – wenkbrauwen.
-Troggelen – rijgen van garen.
-Roggelen – in de kachel het vuur ophalen.
-scheledebits – langpootmug.
-lüther – overblijfsel van de was.
-Mussje beffen – naar mussen s’nachts kijken als deze sliepen onder dakgoten mbv zaklamp.
-un schikske- pruimtabak.
-gumnistiek – elastiek.
-sjloeper- als de Maas uitkwam en de troep (slijk) hetgeen achter bleef.
-piljas- strozak waarop men sliep.
– pijn oan de staartschroof – pijn aan achterwerk als je lang had gezeten.
-Pischowieten – stiekem wat onderling praten of influisteren.
Wientepper – Zwarte Roodstaart. – vogel
Spinnevreterke – Heggenmus – vogel
Winderick – wilde eend -mannetje
Dölke – kauw – vogel
Quecker – Keep – vogel
Dankjewel Maurice,
We gaan al de ingezonden woorden verzamelen en daarna kijken welke woorden op het Itters Leesplènkske komen. Als je nog meer originele woorden weet, houden we ons aanbevolen.