Dossiers

Picture of Dorpsraad Itteren

Dorpsraad Itteren

Zo help je de vogels de winter door

Via de site van Natuurmonumenten kregen we tips hoe we de vogels de winter door kunnen helpen.

Stap 1: Kijk welke vogels in jouw tuin zitten:
Kijk eerst eens welke vogels je allemaal in en rond je tuin ziet. Ga lekker achter het raam zitten met een vogelboek en een verrekijker (als je die hebt). Of kijk hier hoe je 10 veelvoorkomende tuinvogels herkent. Schrijf op wat je allemaal ziet. Kijk ook goed op de grond en tussen de struiken. Als je weet welke soorten in jouw tuin leven, weet je ook welk voer je ze moet geven en hoe. Want elk vogeltje eet zoals het gebekt is.

Stap 2: Bijvoeren, dit geef je ze in de winter
Richt je voederplek in voor de vogels die in de winter in en rondom je tuin voorkomen. Met een divers aanbod aan voeding kun je veel verschillende soorten vogels je tuin in lokken. Wil je een specifieke vogelsoort je tuin in lokken, maak dan gebruik van het juiste voer. Elke soort heeft zin eigen eetgewoonten.

  • Mezen
    De hele mezenfamilie (o.a. koolmees, pimpelmees en staartmees) houdt van vetbollen (zie hieronder hoe je dit zelf maakt), slingers van ongebrande en ongezoute pinda’s,halve kokosnoten, zonnebloempitten en gewoon vogelstrooivoer. Mezen komen af op voedertafels , voederhuisjes of een voederbuis die in een boom of struik hangt. Naast mezen kun je hier ook halsbandparkieten mee aantrekken en soms ook de groene specht.
  • Mussen en vinken
    Mussen zoals huismus en ringmus zoeken hun voedsel vooral op de grond. Het meest zie je ze onder de voedersilo of -tafel, waar ze de restjes oppikken of onder de struiken. Ook de vinkenfamilie zul je daar aantreffen: gewone vink, putter, groenling en soms vliegen er ook sijsjes of kepen mee. Als je geluk hebt zie je de prachtige goudvink (niet goud maar prachtig karmozijnrood) of de forse appelvink. Ze houden het meeste van onkruidzaden, gemengd strooizaad en zonnebloempitten. De houtduif en Turkse tortels pikken graag een zaadje mee.
  • Winterkoning, roodborst en heggenmus
    De drie kleinste vogeltjes met een ander dieet zijn winterkoninkje, roodborst en de schuwe heggenmus zoeken vaak op de grond en tussen de planten naar voedsel. Als je op je voedertafel of -silo universeel vogelvoer gebruikt, zullen zij opeten wat de andere vogels eraf hebben laten vallen. Verder maak je hen vooral blij met ongekookte havermout, bessen, meelwormen, maden en larven. De laatste drie zijn gewoon te koop. Strooi iedere dag een beetje onder een heg of in een beschutte border. Geef ze voldoende dekking, daar houden ze van.
  • Spreeuwen en merels
    Deze vogels maak je blij met gewelde rozijnen, klokhuis, verrot fruit en allerlei soorten bessen waaronder die van de klimop. Je zult ze niet snel op een voedertafel tegenkomen. Strooi dus wat op de grond en zorg ervoor dat er altijd dekking in de buurt is van een struik, heg of boom. Let op dit eten lusten de kraaien en eksters ook. Heb je fruitbomen of druiven in je tuin, laat dan wat fruit hangen of op de grond liggen voor de vogels.
  • Spechten
    De laatste groep vogels die je in je tuin kunt zien zijn de spechten, boomklever en boomkruiper en gaai. Zij houden van zelfgemaakte vetbollen of potten vol met zonnebloempitten en ongezouten pinda’s en noten. Hang deze potten op in een boom.

Stap 3: Vogelvoer maken
Je weet nu welke vogels je kan verwachten, wat ze lekker vinden en waar ze zoeken. Bestel vogelvoer in onze webshop of bij de betere dierenspeciaalzaken. De goedkopere zakken in de supermarkt zitten vol met graszaad en daar maak je alleen wat vinken blij mee. Als je plek genoeg hebt maak dan meerdere voederplekken in je tuin. Zo komen alle vogels aan hun trekken.

  • Maak je eigen vetbol
    Overal kun je vetbollen kopen, maar vooral in de goedkope zit weinig nuttigs en in de netjes kunnen ze met hun pootjes verstrikt raken. Zelf maken is niet moeilijk en je weet dan precies wat je de vogels geeft. Zo doe je dat:
    • Smelt hard vet in een pannetje, gebruik bijvoorbeeld blokken frituurvet.
    • Strooi het zaad bij het gesmolten vet.
    • Knoop aan een stuk touw een lucifer of paperclip en leg dit onderin een vorm, bijvoorbeeld een cupcakevormpje.
    • Giet het mengsel in je vorm en laat het afkoelen.
    • Maak de vorm los, soms even over de warme kraan houden.
    • Hang ze op.
  • Maak je eigen vetpot
    • Smelt het vet.
    • Maak een glazen pot goed schoon en vul hem met de gewenste noten en zaden.
    • Giet het vet erbij.
    • Even goed roeren en laten afkoelen.
    • Hang ze nu in je tuin op, gebruik hiervoor de pindakaaspottenhouders.Je kunt ook halve kokosnoten of oude theekopjes vullen en in zijn geheel ophangen. Voor spechten en boomklevers en kruipers boor je in stukken hout dikke gaten, waar je het warme zaad/vet mengsel ingiet.
  • Pindaslinger
    Een leuke bezigheid is om slingers voor de vogels te maken. Gebruik altijd ongebrande, ongezouten doppinda’s en eventueel gedroogd fruit. Prik met een naald een gaatje in elke doppinda. Je kunt ook een plankje gebruiken, waar je een spijker doorheen hebt geslagen. Leg het plankje op de tafel, met de spijker naar boven. Prik nu een voor een de pinda’s op de spijker. Pas op je vingers! Rijg de pinda’s aan een draad en hang de slinger op in de tuin.
  • Voedertafel
    Je hebt tafels met en zonder dak. Het voordeel van een voedertafel met dak is dat het voer redelijk schoon en droog blijft als het regent. Maar niet alle vogels houden van zo’n dak boven hun voedselplek. Ze zien ze roofvogels dan niet aankomen, een sperwer bijvoorbeeld. Voer ’s ochtends niet meer dan ze die dag opkunnen. Wil je voorkomen dat kraaien en meeuwen de tafel leegroven, dan kun je met gaas de boel afschermen. Weetje: pinda’s die aangetast zijn door schimmels, zijn giftig voor vogels. Reden te meer om de voerplek netjes te houden. Alleen in de winter pinda’s voeren, want jonge vogels kunnen hier niet tegen. In het voorjaar moet je dus alles waar pinda’s inzitten weghalen.
  • Voedersilo
    Je hebt ze heel klein en heel groot, heel duur en heel goedkoop. Heb je heel veel vogels dan is een grote met veel openingen aan te raden. Anders voldoet een kleine prima. Hang hem in een boom of in de buurt van een boom, struik of heg. Zorg dat katten er niet goed bij kunnen. Er bestaan special korven die je om je silo heen kan hangen zodat grotere vogels er niet bij kunnen. Zij kunnen prima op de grond mee-eten.

Stap 4: Hang een extra nestkastje op
Tijdens koude gure winterse dagen verliezen vogels veel vet om warm te blijven. Ook al is je tuin een waar natuurparadijs, dan kun je nog steeds extra nestkastjes ophangen. Vogels gebruiken hem nu niet om in te broeden, maar om er lekker in te schuilen en slapen. Heb je al nestkasten hangen, maak ze dan nu nog snel even schoon. Doe dat alleen schoon met (heet) water. Je kunt vullen met wat droge bladeren. En misschien hebben ze het wel zo naar hun zin in jouw tuin, dat ze het kastje straks in de lente gebruiken voor hun eerste nestje.

Stap 5: Zet een waterschaal neer
Ook in de wintermaanden drinken en badderen vogels. Zet een platte schaal op een veilige plek neer, op een verhoging bijvoorbeeld. Zorg dat poezen er niet gemakkelijk bij kunnen. In een diepe schaal kun je wat stenen leggen zodat ze zelf kunnen bepalen tot hoever ze het water in willen gaan. Zout of suiker toevoegen tegen bevriezen is geen goed idee. Na een badje gaan de veren door de suiker aan elkaar plakken en dan kunnen vogels hun warmte niet goed vasthouden. Vogels zijn geen zout gewend en kunnen er niet goed tegen. Ververs liever elke dag het water of verpulver het ijs met een hamer. Is wel een beetje koud voor ze, maar beter dan zout en suiker.

Wilt u een vogelhuispakket aanvragen, klik dan hier.

Interessant artikel? Deel het!
Facebook
Twitter
LinkedIn
Pinterest
Email
WhatsApp

Reageren?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Anderen bekeken ook...